Toen het enkele dagen geleden echt goed warm begon te worden, was het tijd om de schade te bekijken, namelijk van de winter die mijn zorgvuldig gekweekte lichtbruine tintje van vorige zomer geheel had doen verdwijnen. Ik trok mijn broekspijpen op en twee spierwitte melkflesjes lachten me van onderen toe.
Aj, het was nog erger dan ik dacht. Hiermee zou ik mij in geen geval in het openbaar gaan vertonen (laat staan in mijn bikini over het Valenciaanse strand gaan paraderen). Nu kon ik twee dingen doen voor weer een beetje kleur op mijn benen: veel zonnen en vooral afwachten of grijpen naar sterkere middelen… En aangezien ik één geen zin heb om uren in de hitte buiten te vertoeven en twéé mijn huid, na een paar uurtjes zon, vaak eerder neigt naar rood dan naar bruin, koos ik voor het laatste.
Okee, het kost wat (Dove Sunshine Body Lotion, €8,50 per fles…) maar dan heb je ook wat. “Voor een prachtige zomergloed al na 5 dagen.” stond op de verpakking. Mijn beentjes waren echter zó ernstig bleek, dat na één smeerbeurt het resultaat al overduidelijk was! Nu, twee dagen later, zijn mijn benen en armen zo bruin (nou ja, alles relatief gezien hè), dat ik besloten heb maar weer eventjes stoppen. Anders wordt de transformatie van bleekscheet naar ‘ervaren zonner’ wel erg ongeloofwaardig…
En plots kreeg ik zin om iets te typen! As you might know: nog 2 weken min een dag en de examens gaan van start. En jawel, gelijk op maandag is het feest: nederlands. Het is niet het tekstverklaren waar ik in het bijzonder tegenop zie, nee, ik begin wél enigszins te stressen als ik denk aan het onderdeel van de samenvatting. Okee, samenvatten kan ik best: maar als ík samenvattingen maak, bestaan deze uit allerlei pijltjes, losse woorden en krom geformuleerde zinnetjes (à la zo véél mogelijk informatie op 1 regel). En nu word ik geacht een stukje te fabriceren dat ten eerste léésbaar is voor iemand anders en bovendien bestaat uit correct geformuleerde volzinnen. Hm, ik heb er niet heel veel vertrouwen in…
De volgende dag is het overigens nóg ietsje meer feest, namelijk met geschiedenis en natuurkunde. Ik maak er niet te veel woorden meer aan vuil, maar ik heb mij al meerdere malen woedend afgevraagd wie er in godsnaam op het briljante idee is gekomen om die twee vakken samen op één dag te plannen… Maar ach, als we dat achter de rug hebben, is de rest eigenlijk best te doen.
Maar zwevend met mijn hoofd boven de scheikundige elektrolysereacties en de Stoïcijnse hersenspinsels van Seneca, dwalen mijn gedachten geregeld af naar de tijd ná het examen. Waarschíjnlijk de grootste vakantie van mijn leven. De plannen stapelen zich op, steeds bedenk ik weer iets wat ik echt wil/moet doen, maar wat er maar niet van komt. En keer op keer denk ik: dán ga ik het doen, want dán heb ik vrije tijd voor het leven! Enkele voorbeelden:
- mijn kledingkast van onder tot boven uitzoeken (er zwerft té veel rond, wat al enkele jaartjes geen daglicht meer heeft gezien)
- Harry Potter 7 lezen (al vind ik de boeken, naarmate de serie vordert, steeds minder interessant worden, ter voltooiing deze ook nog maar)
- veel foto’s maken (er begint zich een laagje stof te nestelen op mijn Nikon en statiefje)
- La Meglio Gioventù kijken (sì, die Italiaanse film van 6 uur)
- een feest geven met een übergaaf thema (ik vind: glitter! Alleen mijn mede-party-gevers zijn niet bijster enthousiast…)
- vakantievakantievakantie: Valencia, St. Petersburg, Pyreneeën! (en ik wens daar niets dan zonnestralen, regen laat ik hier achter)
- mijn achtien-zijn vieren (gna. gna. gna.)
- … much much more
*ik lig languit op de bank tv te kijken en mijn blik dwaalt af naar het raam*
“Maaam, wat zijn dat voor zwarte dingetjes op het raam?”
“Wat? Waar?”
“Dáááár.”
“O, dat, dat zijn muggen.”
Oja, dit heerlijke, warme lenteweer moet natuurlijk een keerzijde hebben…
Een heldere, lichtblauwe lucht, een lichte schemering aan de horizon; als je het mij vraagt de perfecte gelegenheid om me de longen uit het lijf te rennen. Op het moment zelf is het altijd even doorbijten - een kurkdroge keel als ik vergeten ben door mijn neus te ademen, om maar iets te noemen - maar als die twaalf minuten dan eindelijk voorbij zijn, stroomt er toch een gevoel van voldoening door mijn lichaam. Ik heb het ‘m toch maar mooi geflikt, die coupertest.
Tot zo ver mijn atletiekverhaal. Ik snák naar een douche. Mijn bovenbenen en kuiten, die beiden toch wel enigszins flubberig aanvoelen, hebben sterk de behoefte aan een warme douchestraal om zo eens goed tot rust te komen. Géén koude douche. Ik heb een hekel aan koud douchen.